Resultaten bacteriologisch onderzoek

Resultaten bacteriologisch onderzoek

Ons ijs wordt op onze aanvraag ±3 maal per jaar onderworpen aan een bacteriologisch onderzoek.
Dit gebeurt in maart, in juli en in december.

Testen:

De voorgestelde microbiologische criteria voor hoevezuivelproducten 2007 zijn:

Totaal aëroob

kiemgetal

100.000 

M

500.000

Entero-

bacteriaceae

m

10 

M

100

E. Colli

 

m=M

n.v.t.1

Salmonella

 

 

Afw. in 25 gr.

Staphylococcus aureus

(Coagulase-positieve)

m

10

M

100

Listeria

monocytogenes

 

Afw. in 25 gr.

Anibiotica-

residuen

m=M

n.v.t.1

              1: geen controle nodig.

 

De bovenstaande criteria zijn gebaseerd op:

  • Verordering Nr. 2073/2005/EG van de Commissie inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen.
  • de richtlijnen volgens de Vakgroep Voedselveiligheid en Voedselkwaliteit en het Laboratorium voor Levensmiddelenmicrobiologie en - conservering van de Faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, o.l.v. Prof. Dr. Ir. J. debevere (Versie Augustus 2006).

Beoordeling:

  • Resultaten hygiëneindicatoren < m, Salmonelle en Listeria monocytogenes afwezig: een GOED resultaat.
  • Resultaten hygiëneindicatoren < M, Salmonelle en Listeria monocytogenes afwezig: een AANVAARDBAAR resultaat.
  • Resultaten hygiëneindicatoren > M, Salmonelle en Listeria monocytogenes afwezig: een SLECHT resultaat.
  • Salmonelle en Listeria monocytogenes aanwezig: een SLECHT resultaat → meldingsplicht aan Federaal Agentschap voor de Voedsel.
Uitleg hygiëne indicatoren:
  • Totaal aëroob kiemgetal:
    • Dit is het bacteriegehalte van het ijs. Hoe minder bacteriën, hoe beter het ijs.
  • Enterobacteriaceae2:
    • De Enterobacteriaceae of Enterobacteriën vormen een grote familie bacteriën, waartoe bekende pathogenen behoren, zoals Salmonella and Escherichia coli. Genetisch onderzoek plaatst deze bacteriën bij de Proteobacteria, en zij behoren tot de orde Enterobacteriales.
    • Vertegenwoordigers van de Enterobacteriaceae zijn staafvormige en 1-5 μm lang. Zij kleuren Gramnegatief en het zijn facultatief anaerobe micro organismen, die suikers kunnen fermenteren. Ook reduceren zij nitraat tot nitriet. De Enterobacteriaceae bezitten gewoonlijk oxidase, ofschoon Plesiomonas daarop een uitzondering maakt. De meeste hebben een flagel die helpt bij de voortbeweging, maar enkele genera zijn niet beweeglijk. Ze vormen geen sporen en zijn katalase-positief met uitzondering van Shigella dysenteriae. Veel vertegenwoordigers uit deze familie behoren tot de normale darmflora van mens en dier, terwijl andere worden aangetroffen in de grond, of parasiteren op mens, dier en plant. Escherichia coli, beter bekend als E. coli, is een belangrijk micro-organisme waarvan zowel de genetica als de biochemie diepgaand is onderzocht.
    • Medische betekenis (medische microbiologie):
      • Alhoewel ze in de darmen geen schade aanrichten of de gastheer soms zelfs ten goede komen (zoals E.coli die vitamine K produceert) kunnen Enterobacteriën tot infecties leiden. Via de urinewegen kunnen zij een blaasontsteking (cystitis) veroorzaken.
      • Buiktyfus wordt verwekt door Salmonella typhi, paratyfus door Salmonella paratyphi. Ook kunnen bacteriën via de darmwand in de bloedbaan terechtkomen (translocatie) bijvoorbeeld door obstructie van de darm (ileus, darmgezwel) of door een stoornis in de doorbloeding van de darmwand (trombose of infarct van de vaatvoorziening van de darm).
  • E. coli2:
    • Escherichia coli is een van de meest voorkomende soorten bacteriën in de dikke darmen van homoiotherme dieren, zoals zoogdieren en is nodig voor het verteren van voedsel. Het is een enterobacterie die vaak gebruikt wordt als model voor bacteriën in het algemeen. De bacterie is genoemd naar de Duitse microbioloog Theodor Escherich.
    • Gemiddeld komen zo'n 100 miljard tot tien biljoen van deze bacteriën per dag via de ontlasting van de mens naar buiten en als E. coli (de gebruikelijke afkorting) in water wordt aangetroffen is dat dus een indicatie dat het water met uitwerpselen vervuild is.

    • De betekenis van E. coli:

      • Behalve vertering heeft de symbiose van homoiotherme dieren met E. coli nog een andere functie: het produceren van vitamine K. Deze stof is nodig om in de lever trombinogeen te maken en zodoende de bloedstolling te laten functioneren. Ook helpt deze vitamine om calcium op de goede plaatsen te krijgen en het daar te houden. Een overdosis van deze stof is vrijwel onmogelijk, daarom kan E. coli ook in zulke grote getallen voorkomen, maar een gebrek is wel degelijk mogelijk. Na langdurig gebruik van antibiotica (bacteriedodende middelen) kan deze goedaardige bacterie flink uitgedund worden, waardoor een gebrek aan vitamine K optreedt, wat vervolgens leidt tot ontwrichting van de bloedstolling. Bloedneuzen en zelfs darmbloedingen kunnen het gevolg zijn.

    • E. coli als veroorzaker van ziekten:

      • Escherichia coli mag dan "goedaardig" genoemd worden, maar als deze bacteriën op de verkeerde plaatsen in het lichaam komen kunnen ze wel degelijk gevaar opleveren:

        • Bij een perforatie van de darm, raakt de anders steriele buikholte besmet met darmbacteriën, waaronder E.coli. De dan ontstane buikvliesontsteking (peritonitis) is een ernstig en potentieel levensbedreigende ziekte. Vaak zal gekozen worden voor een spoedoperatie, waarbij de buik gespoeld wordt en zal patiënt behandeld worden met antibiotica.

        • Als de urinebuis besmet raakt met darmbacteriën, kan dit een blaasontsteking opleveren.

      • Een andere mogelijkheid voor gevaar is wanneer gevaarlijke, gemuteerde, soorten van deze bacterie het lichaam binnendringen.

        • Mutatie is een natuurlijk verschijnsel waardoor het DNA van cellen en dus ook bacteriën zo nu en dan gewijzigd wordt. Zo'n wijziging zal meestal weinig verschil maken of een niet levensvatbare variant opleveren, maar soms heeft de wijziging tot gevolg dat er een nieuwe variant van E.coli opduikt die werkelijk anders is, maar toch goed is aangepast aan zijn omgeving. Soms kunnen deze wijzigingen een variant gevaarlijk voor de gastheer maken, met name als deze gastheer een zwak immuunsysteem heeft.

        • Een voorbeeld is Escherichia coli O157:H7, een variant die in toenemende mate voor problemen zorgt, onder andere via niet goed doorbakken vlees. Jaarlijks zijn er volgens schattingen in de Verenigde Staten alleen al, gemiddeld zo'n 73.000 gevallen, waarvan 61 dodelijk.

    • E. coli als modelorganisme:

      • E. coli wordt al heel lang gebruikt voor allerlei onderzoek (de variant die tegenwoordig het meest in laboratoriumonderzoek wordt gebruikt, werd al in 1927 geïsoleerd). Daar zijn verschillende redenen voor:

        • de bacterie heeft een relatief klein en eenvoudig genoom, dat inmiddels volledig gesequenced is;

        • E. coli is over het algemeen niet gevaarlijk;

        • er zijn veel technieken ontwikkeld om DNA in een E. coli-cel te krijgen;

        • de bacterie kan snel gekweekt worden, aangezien deling onder goede omstandigheden ongeveer iedere 20 minuten optreedt (vanuit een enkele bacterie zijn er dus ongeveer 70 miljard binnen een halve dag te maken).

      • De Universiteit van Chicago heeft een computersimulatie van E. coli gemaakt om tot een groter begrip te komen van het verband tussen de interne biochemie en het gedrag van het organisme. Deze simulatie heeft de naam AgentCell.

      • Een nadeel van E. coli voor de productie van transgene eiwitten kan zijn dat ze niet zo gevouwen zijn als in een eukaryoot, en daardoor niet actief zijn. Met name eiwitten die geglycosyleerd zijn (d.w.z. dat er suikergroepen aan vast zitten) kunnen door de veranderde hydrofiliteit een andere structuur aannemen. Om zulke suikergroepen te krijgen kan een eukaryoot, meestal een gistcel als S. cerevisiae of P. pastoris, gebruikt worden.

    • Voedingsmiddelenindustrie:

      • De E. coli behoort tot de Enterobacteriaceae. Met behulp van klassieke microbiologie wordt deze bacterie als indicator gebruikt. Een hoge concentratie E. coli in een product duidt namelijk op een grote kans dat het product ook andere pathogenen bevat.

  • Staphylococcus aureus2:

    • Staphylococcus aureus is een stafylokok die toxinen afscheidt. Toxinen hebben een negatieve werking op het menselijk lichaam. S. aureus zit normaal op de huid van mens en dier en op de slijmvliezen, zoals de neusholte. Als de bacterie door de huid heen het lichaam binnendringt kan deze huidinfecties en bij infectie van bestaande wonden, ook na operaties infecties van de wond veroorzaken, maar ook urineweginfecties, longontsteking en uierontsteking bij koeien. S. aureus onderscheidt zich van andere stafylokokken doordat de bacterie coagulase positief is terwijl de anderen coagulase negatief zijn.

    • Enkele stammen zijn inmiddels al resistent tegen het antibioticum methicilline. Deze Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) kwam in Nederland tot voor kort alleen voor in ziekenhuizen. Als dit wordt geconstateerd, wordt vaak een quarantaine afgekondigd. Nu worden ook stammen aangetroffen buiten het ziekenhuis. Uit een onderzoek van het Centrum Infectieziektebestrijding en de Voedsel en Waren Autoriteit is gebleken dat de MRSA bij 40% van de varkens voorkomt.

Uitleg salmonella2:

  • Salmonella is een geslacht van Gram-negatieve staafvormige bacteriën die onderdeel zijn van de natuurlijke flora van pluimvee, varkens, runderen, reptielen en huisdieren. Het geslacht Salmonella bestaat eigenlijk uit één enkele soort, Salmonella enterica. Deze soort heeft zo'n 1500 verschillende serotypen. Daarom wordt veelal het serotype als naam gebruikt. De belangrijkste in Nederland zijn:
    • Salmonella typhimurium
    • Salmonella enteritidi

          Minder belangrijk in aantal (maar soms ernstiger in beloop) zijn:

    • Salmonella typhi
    • Salmonella paratyphi
  • Salmonella kan bij de mens via de orale route (besmet voedsel, zoals onvoldoende verhitte eieren, kip of vlees en rauwe groenten en fruit) ziekte induceren zoals gastro-enteritis (maagdarmpathologie), systeemziekten van organen (beenmerg) en buiktyfus en paratyfus. Ongeveer 85% van de besmettingen vindt op deze wijze plaats en 5 tot 10% door direct contact met dieren. In ernstige gevallen kan longontsteking, gewrichtsontsteking, nierfalen, bloedvergiftiging en shock optreden. Het grootste risico lopen jonge kinderen, zwangere vrouwen, oudere mensen en mensen met een lage weerstand.
  • De incubatieperiode is 6-48 uur.
  • Bij de dieren treden vaak geen ziekteverschijnselen op.
  • De bacterie dankt haar naam aan de Amerikaanse diergeneeskundige Daniel Elmer Salmon (1850-1914).

Listeria monocytogenes2:

  • Listeria monocytogenes is een Gram-positive staafvormige bacterie van dieren overgebracht op mensen.

  • De bacterie geeft bij de mens listeriosis. De syndromen behorend tot listeria infectie zijn o.a: meningitis, sepsis, pneumonie, endocarditis , encefalitis, otitis media en endometritis.

  • Listeria in kaas

    • De Listeria bacterie is de bacterie die verantwoordelijk is voor de waarschuwing voor zwangeren met betrekking tot kaas. De Listeria bacterie komt regelmatig voor in melk en kan overleven in rauwmelkse zachte kaas. In de hollandse boerenkaas van het gouda-type overleeft de bacterie dus niet. Alleen zachte kazen die van rauwe melk worden gemaakt, als brie de Meaux, worden ontraden voor zwangeren. Veel kazen in de supermarkt (gewone brie, chevre, deense feta etc) zijn gemaakt van gepasteuriseerde melk en dus onschadelijk. De populaire roquefort kaas is van rauwe schapenmelk gemaakt, maar hierin is Listeria nog nooit aangetroffen.

Antibiotica-residuen:

  • Dit zijn resten van antibiotica.

2: Met dank aan Wikipedia, de vrije encyclopedie